De rechtbank Den Haag heeft op 11 februari geoordeeld dat de Nederlandse Staat op dit moment voldoende maatregelen treft om de verspreiding van PFAS tegen te gaan en om de risico’s van reeds aanwezige PFAS in het milieu te beperken. Tegelijkertijd benadrukt de rechtbank dat PFAS aanzienlijke gezondheids- en milieurisico’s met zich meebrengt.
De zaak was aangespannen door meerdere milieuorganisaties, die vinden dat het kabinet te traag en te terughoudend optreedt. Volgens hen schendt de Staat fundamentele mensenrechten door onvoldoende bescherming te bieden tegen de schadelijke effecten van deze persistente stoffen.
PFAS als juridisch en maatschappelijk dossier
De rechtbank erkent in haar uitspraak dat PFAS – per- en polyfluoralkylstoffen – risico’s vormen voor zowel milieu als volksgezondheid. Verdere verspreiding moet worden voorkomen en bestaande verontreiniging moet worden aangepakt. Dat kan via bronmaatregelen, sanering of het beperken van blootstelling.
Tegelijkertijd plaatst de rechtbank het dossier nadrukkelijk in een bestuurlijk kader. De aanpak van PFAS vereist beleidskeuzes waarbij verschillende maatschappelijke belangen tegen elkaar moeten worden afgewogen, zoals:
-
stikstofreductie
-
beperking van broeikasgassen
-
woningbouw
-
drinkwaterproductie
Volgens de rechtbank beschikt de Staat daarbij over ruime beleidsvrijheid. De rechter toetst slechts of de overheid buiten de grenzen van het recht treedt. Dat is volgens de rechtbank op dit moment niet het geval.
Een belangrijk punt in de uitspraak is dat nog onduidelijk is wanneer precies moet worden voldaan aan de kwaliteitsnormen voor oppervlaktewater. Daardoor kan niet worden vastgesteld dat Nederland momenteel tekortschiet in zijn verplichtingen. Ook mag de Staat ervoor kiezen om primair in Europees verband te pleiten voor een PFAS-verbod, in plaats van een zelfstandig nationaal totaalverbod in te voeren.
Tegen de uitspraak staat hoger beroep open.
Mensenrechten in het PFAS-debat
De eisende organisaties verwezen onder meer naar:
-
Artikel 2 EVRM – het recht op leven
-
Artikel 8 EVRM – het recht op privé- en gezinsleven
Zij stellen dat vrijwel iedere Nederlander verhoogde PFAS-waarden in het bloed heeft en dat de Staat daarmee onvoldoende bescherming biedt tegen gezondheidsrisico’s.
PFAS zijn synthetische stoffen die nauwelijks afbreken in het milieu. Ze verspreiden zich via water, bodem en lucht, hopen zich op in organismen en kunnen schadelijke effecten hebben. Sommige PFAS-verbindingen zijn kankerverwekkend of verstoren de voortplanting.
Voor de drinkwatervoorziening vormt PFAS een structurele uitdaging. Eenmaal in het watersysteem is verwijdering technisch complex en kostbaar. Waterbedrijven moeten steeds intensiever zuiveren om aan de normen te voldoen.
Daarnaast speelt het gelijkheidsbeginsel. In regio’s als Dordrecht en rond de Westerschelde is de blootstelling aantoonbaar hoger vanwege historische industriële emissies. Ook toekomstige generaties dragen de lasten van de huidige verontreiniging, onder meer via saneringskosten en langdurige monitoring.
Mensenrechten als kader voor waterbeleid
In een gezamenlijke brief aan een VN-Speciaal Rapporteur hebben de Unie van Waterschappen, de Vereniging van Waterbedrijven in Nederland (VEWIN) en het College voor de Rechten van de Mens betoogd dat mensenrechten een essentieel juridisch kader vormen voor PFAS-beleid.
Volgens hen vereist dit:
-
toepassing van het voorzorgsbeginsel
-
maximale bronaanpak
-
adequate monitoring en handhaving
-
transparantie en toegang tot informatie
-
participatie en rechtsbescherming
-
non-discriminatie
Omdat PFAS nauwelijks uit het milieu te verwijderen is, pleiten zij voor een universeel totaalverbod met strikt beperkte uitzonderingen.
Een knelpunt dat daarbij wordt genoemd, is het ontbreken van biomonitoringsgegevens in Caribisch Nederland. Dat staat volgens betrokken partijen op gespannen voet met gelijke bescherming van fundamentele rechten.
De VN-Speciaal Rapporteur verwerkt de Nederlandse inbreng in een internationaal rapport over PFAS en mensenrechten, dat eind 2026 wordt verwacht.
Betekenis voor de watersector
Hoewel de rechtbank oordeelt dat de Staat juridisch gezien momenteel voldoende doet, blijft de druk op het waterbeheer groot. PFAS vormt een blijvende belasting voor oppervlaktewater, drinkwaterbronnen en zuiveringsinstallaties.
Voor waterschappen en drinkwaterbedrijven betekent dit dat de technische en financiële uitdagingen voorlopig niet afnemen. De juridische ruimte die de rechtbank de overheid toekent, neemt de structurele problematiek niet weg: PFAS blijft een persistent waterkwaliteitsvraagstuk dat generaties lang doorwerkt.